Welke liefdadigheidsinstellingen genieten de vrijstelling van betaling voor de ophaling en verwerking van hun huishoudelijk en gelijkgesteld afval ?

Artikel 10 § 1, 4° van het tariferingsbesluit van 22/11/2012 bepaalt dat “Art. 10. § 1. Kunnen worden vrijgesteld van betaling van de tarieven voor de verwijdering en verwerking van hun huisvuil en gelijkgesteld afval, organisch afval inbegrepen : 4° De liefdadigheidsinstellingen bedoeld in artikel 104, 3°, e van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden en -modaliteiten vastgelegd in artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.”

Artikel 104, 3°, e van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalt dat : “[…] aan instellingen die de oorlogsslachtoers, de minder-validen, de bejaarden, de beschermde minderjarigen of de behoeftigen bijstaan en die, na advies van de raadgevende instellingen van de Staat of van de Gemeenschappen tot wiens bevoegdheid behoort, worden erkend door de bevoegde organen van de Staat of van de Gemeenschappen waaronder die instellingen ressorteren en, voor de toepassing van de belastingwet, door de Minister van Financiën.”

Artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalt dat : “De Koning bepaalt de voorwaarden en de wijze waarop de in artikel 104, 3°, b, e, g en 4°, vermelde instellingen worden erkend.”

Artikel 57 §1 KB/WIB 1992 bepaalt dat : “Voor de toepassing van artikel 104, eerste lid, 3°, b en e, en 4°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, kunnen worden erkend de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, de instellingen die oorlogsslachtoers, minder-validen, bejaarden, beschermde minderjarigen of behoeftigen bijstaan, en de instellingen voor de hulpverlening aan ontwikkelingslanden, op voorwaarde :

1°/ dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten krachtens het Belgisch publiekrecht of privaatrecht ; 
2°/ dat zij generlei gewin bejagen, noch voor zichzelf, noch voor hen leden als zodanig ;
3°/ dat hun werkzaamheden : a) Nationaal zijn, wat betekent dat die instellingen ofwel actie over het gehele land moeten voeren ofwel plaatselijke of gewestelijke werkzaamheden moeten centraliseren en coördineren ; b) Uitsluitend gericht zijn op wetenschappelijk onderzoek, op bijstand aan misdeelden of op hulpverlening aan ontwikkelingslanden ; c) Deze aanvullen die op de hierboven vermelde gebieden worden gericht door de Belgische overheid of door internationale instellingen waarvan België lid is […].”

Partager sur Facebook Partager sur Facebook Partager sur LinkedIn Partager sur LinkedIn
Back to top